Angst is een fenomeen dat volgens existentialisten in staat is de mens te wijzen op (de zin van) zijn eigen ware zijn. Hierbij is het noodzakelijk om onderscheid te maken tussen angst en vrees. Vrees is altijd 'vrees voor bepaalde concrete zaken', terwijl angst onbestemd, onbenoembaar en ontzettend is. Het kan je op ieder moment van de overkomen. Over het object van de vrees kan je later wellicht nog lachen, maar als het werkelijke angst is geweest ben je met stomheid geslagen. Geen woord kan de stemming openbaren; het alledaagse, oppervlakkige geklets en het gebruikelijke gedoe is betekenisloos. Terug uit de afgrond, als de angst geweken is, zeggen we dat het eigenlijk niets was. En inderdaad, het Niets zelf, als zodanig, was er. Dit betekent - om met Heidegger te spreken - dat je 'voor het niets van de mogelijke onmogelijkheid van je existentie' hebt gestaan. Mens-zijn is een zijn-tot-de-dood en daarmee zullen we het mee moeten doen.
