‘Wie zich voorstelt dat iets wat hij liefheeft, vernietigd wordt, zal onlust ondervinden. [...] Wie zich voorstelt dat iets wat hij haat vernietigd wordt, zal daarentegen lust ondervinden.’ Spinoza in Ethica (1677)
Beweren dat je noch tot haat, noch tot vernietiging is staat bent, is volgens Spinoza huichelarij. Het hangt er maar vanaf wát door vernietiging wordt bedreigd; iets wat je liefhebt of iets dat je haat. En dat kan hetzelfde 'object' zijn! Het is een natuurlijke wetmatigheid dat elk 'ding' - elk wezen in de natuur - streeft naar zelfbehoud. Dat de mens zich van deze oerdrift bewust kan worden, is weliswaar bijzonder, maar dit betekent niet dat hij zijn driftleven rationeel kan sturen. Ons morele vermogen om te bepalen wat goed of kwaad is, is altijd een uitdrukking van de begeerten die wij nastreven. Spinoza beschouwde de mens als een door de natuur begiftigd wezen, dat zelf de vrijheid heeft om zijn talenten al dan niet verder te ontwikkelen.
